Persbericht inzake Altink / Van Loenen, dd 13 oktober 2012

Gerechtshof Leeuwarden verwijst terug naar rechtbank Assen

Einde civiele procedure Altink-affaire voorlopig nog niet in zicht

De civiele procedure in hoger beroep rond de Ploeg-affaire is voor verdere afhandeling terugverwezen naar de rechtbank Assen. Het gerechtshof Leeuwarden heeft hiertoe besloten op verzoek van beide partijen: de Drentse kunstschilder C.T. van Loenen en de Groninger kunstverzamelaar J.L.Meijering. Voorlopig is nog niet het einde in zicht van deze al meer dan 10 jaar zich voortslepende rechtszaak.

Meijering beticht Van Loenen ervan hem 10 vervalste Ploeg-schilderijen te hebben verkocht. Om die reden spande hij een civiele procedure tegen zijn vroegere vriend Van Loenen aan. Hij eiste onder meer een fikse schadevergoeding. De rechtbank Assen wees in een tussenvonnis de eis van Meijering af.

Terugkomend op hun eerdere zeer positieve taxaties beweerden deskundigen tegenover de rechtbank in Assen dat de betrokken schilderijen voor 100 procent vals waren. De rechtbank was van oordeel dat Van Loenen hun argumenten gemotiveerd weerlegd had. Daarom kon de vermeende valsheid van de schilderijen niet aangetoond worden.

Zonder een eindvonnis af te wachten ging Meijering in hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden. Van de aanvankelijk 10 betwiste schilderijen haalde hij, tot veler verrassing, 5 schilderijen uit de procedure. Van de 5 resterende kunstwerken merkte het hof er 2 aan als ‘met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ vals. Het hof baseerde haar oordeel op de uitkomst van een chemisch verfonderzoek door het atelier voor research en restauratie van schilderijen (ASSR) van M. den Leeuw.

Zonder het tussenvonnis van het gerechtshof af te wachten diende Meijering bij de politie in Hoogeveen een aanklacht ter zake oplichting in tegen Van Loenen. Dat betrof twee Ploeg-schilderijen: ‘Blauw Borgje’ van Dijkstra en ‘Groninger landschap’ van Altink. Deze zouden vals zijn. Blijkens een bekendmaking van 8 oktober jl. heeft de officier van justitie besloten deze zaak te seponeren.

Conclusie NFI in schril contrast met bevindingen van ASSR

Uit onder meer een onderzoek door experts van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) naar de echtheid van deze twee schilderijen bleek dat de valsheid van deze werken niet vastgesteld kon worden. Volgens mr. drs. E.J.A. Schönfeld, raadsman van Van Loenen, is hier sprake van een novum. ASSR beweerde immers met stellige zekerheid dat deze twee schilderijen juist vals zijn. Een schrille tegenstelling, aldus Mr. Schönfeld.

Enkele gespecialiseerde chemici hadden eerder al met verbazing kennisgenomen van het eindrapport van ASSR. De theoretische onderbouwing van de conclusies rammelt volgens hen. Het onderzoek en de interpretatie van meetresultaten voldoen niet aan strikt wetenschappelijke criteria. Enkele dezelfde metingen geven verschillende uitkomsten; die worden verder niet verklaard. Zij twijfelen aan de betrouwbaarheid van ASSR, ook vanwege het feit dat ASSR niet ISO-gecertificeerd is. ‘De tegengestelde bevindingen van het NFI versterken deze twijfels,’ aldus één van de chemici. ‘Bovendien is het NFI – waarvan deskundigheid, professionaliteit en onderzoeksmethodieken niet betwist zijn – een onafhankelijk instituut. Bij ASSR valt die onafhankelijkheid te betwijfelen. Die is immers aangezocht door de belanghebbende partij Meijering!’